Zoeken
  • Lies

La Vie en Vert: hoe het allemaal begon

21 december. De winterwende, hoor ik je denken. Het begin van de winter. En je bent niet verkeerd. Maar voor mij was het dit keer iets anders, een einde en een begin in één. Een einde aan de zoektocht die bijna vier jaar geleden een aanvang nam. Een zoektocht die ontelbare uren op immosites behelsde. Honderden mailtjes die verstuurd werden en bijna evenveel teleurstellingen. Drie keer zijn we naar Frankrijk afgezakt om huisjes te bezichtigen, veel te veel huisjes, veel te veel nee’s. En toen, opeens, deze zomer, was het ja.


Ik wil het al zo lang ik me kan herinneren: een huisje in het zuiden. Neen, geen vakantiehuis, maar een plek om te wonen. Een plekje in de natuur, weg van de ratrace. Met een groot stuk land bij waarin ik naar hartenlust zou kunnen kweken en plukken, oogsten en maken. Ik zag mezelf een leven leiden dicht bij de natuur, ambachtelijk, om het zo maar te zeggen. Ik zou schrijven en af en toe mensen in mijn paradijsje ontvangen voor cursusweken. In alle eerlijkheid: Frankrijk was niet wat ik voor ogen had. Had het aan mij gelegen was ik gestrand in Spanje. Of Portugal, of Italië. Niet Frankrijk. Maar kijk, het lag niet langer meer alleen aan mij. Lief voelde er in het begin niets voor, een huisje ver weg. Hij houdt van zijn spreekwoordelijke kerktoren, van dichtbij en vertrouwd. Maar gaandeweg kreeg het idee hem te pakken en werd hij net zo enthousiast. Alleen lag bij Frankrijk de grens. Ik paste me aan. Dat doet een mens nu eenmaal, voor de liefde.

Eens hij overtuigd was begon ook bij hem het vuur steeds harder te branden. Wat hebben we gezocht! Wat hebben we gedroomd! We zijn met momenten de moed kwijtgeraakt, ja. Er waren dagen, weken, dat we dachten dat het niet voor ons was weggelegd. Of dat ons budget ons gewoon niet ver genoeg kon brengen. En bij elk huis dat we afwezen wisten we beter wat we wilden, en wat niet. De poel om in te vissen werd steeds kleiner.


Ergens in juli was het zover. We hadden een afspraak voor een bezichtiging in een gehucht in de Auvergne. Na ongeveer twee minuten wist ik dat het ‘m niet zou worden, maar lief leek bijzonder geïnteresseerd. Dat gebeurde wel vaker. Mijn liefje is een ‘glass half full’ kinda guy. Hij ziet niet wat er is, maar wat er zou kunnen zijn. Maar toen we de eindeloze tour dan toch hadden afgerond reden we even door naar het gehucht vlakbij, waar we de volgende dag een huisje zouden bezichtigen. Gewoon, om alvast even rond te kijken. Eerst reden we naar het kerkje van het dorp. Het lag bovenop een heuvel.

Lief keek goedkeurend om zich heen en zei: ‘Hier zou ik wel aan kunnen wennen.’ Ik zei het al, hij is geen moeilijke mens. Hij heeft minder eisen dan ik wat betreft de omgeving. Maar dit keer was zelfs ik overtuigd. Ja, hier, aan de glooiende voet van het Centraal Massief, in deze ietwat vergeten uithoek van Frankrijk, kon ik ook wel gedijen. Nadat we even hadden rondgesnuisterd en hadden vastgesteld dat er werkelijk niks te beleven viel in het minuscule dorpje, reden we verder naar de ‘lieu-dit’, niet meer dan een straat, een wegeltje eigenlijk, met wat huisjes rond gestrooid.

Langzaam reden we voorbij de huisjes. Dit is het niet, stelden we vast. Deze ook niet. Zou het deze kunnen zijn? De foto’s bij de advertentie waren klein en nogal vaag geweest, het was moeilijk om ons een beeld te vormen van het huisje dat we zouden gaan bezichtigen.

Plots hapte ik naar adem. ‘Oooh! Zou het deze niet zijn?’ Maar de moed zonk me in de schoenen. ‘Oh nee, dat kan niet, deze is bewoond.’ Op een gezellig overdekt terrasje stonden tafel en stoelen buiten alsof er net nog iemand aan gegeten had, in een open kast stonden jampotten, kaarsen, lege bokalen en wat nog meer.

‘Jammer,’ zeiden we tegen elkaar, terwijl we met spijt in het hart verder reden. Wat een prachtig huisje was me dat. De volgende was het ook niet, en de twee erna konden het ook niet zijn. Toen was de weg op, en de huisjes ook.


Verward keken w